“En dan moeten we weer rechts na een grote bananenplantage.” Omgedraaid naar Snooch schreeuwt Pooch waar ze op moet letten om de weg te vinden. Ze zitten samen op de motor en zoeken in een landschap van onverharde wegen, bananenbomen, rijstvelden en bamboehuisjes, maar zonder wegwijzers, de weg naar de boerderij van sir Jun, de baas van Pooch bij ICRAF. Hij heeft ons uitgenodigd daar de dag door te brengen met zijn familie; omdat we er één keer eerder zijn geweest, denken we het wel te kunnen vinden. We rijden slechts twee keer verkeerd en behulpzame locals willen hun karbouw-kar wel even stoppen om ons in vloeiend Visaya de weg te wijzen, dus we komen toch nog redelijk snel aan.
De verhalen over Snooch zijn voorlopig alleen herinneringen. Vanochtend vertrok ze naar Cagayan, waarvandaan ze dinsdag met het Nehemiah House, waar ze vrijwilliger is, vertrekt naar Malaybalay, een stad op de hellingen van de hoogste vulkaan van noord-Mindanao. Ikzelf ging weer met de motor op pad, over dezelfde weg als zondag. Na het interview drong ik er natuurlijk op aan om de groentetuin waar we het tijdens het interview over hadden gehad ook even in het echt te gaan bekijken. Een goed excuus om nog wat over de onverharde wegen te crossen – ik bedoel, om wat belangrijke observaties te doen. En ik had geluk: Pelegia Olinan, de eigenares van de experimentele moestuin, nodigde me gelijk uit voor de lunch.
Op het menu voor de lunch stond de wereldwijde tropenfavoriet: kip met rijst. Verser kon niet: de kippen werden eerst gelokt met wat voer, waarna er twee mooie exemplaren werden uitverkoren om aan de Gast Van Ver gevoerd te worden. Terwijl de kippen bereid werden, had ik de gelegenheid om het huis van een gemiddelde Filippijnse boerin te verkennen (plassen boven een hurk-wc met twee schreeuwende vechthanen in een hok naast je oor zou ik nooit gemist willen hebben!) en de verhalen te horen van één van de leiders van het dorp. “Tijdens de verkiezingscampagne is een stoet met politici aangehouden door de New People’s Army, hier hoog in de bergen. In de jaren ‘80 zaten die overal, ook hier in Claveria, ze hebben mij zelfs geld geboden als ik met ze mee zou doen. Maar die mensen hebben teveel vijanden, en ze slapen in hangmatten in het bos. Dat leek me niks, dus ik ben er niet bij gegaan. Ze gingen naar mensen toe, huis voor huis, en vroegen om geld, om rijst, om gegrilde kip. Dan had je de keus: ze wat geven of dood. We hebben ze toen samen met het leger en de politie verdreven door burgerwachtgroepen op te zetten. Nu zitten ze alleen nog maar aan de rand van het bos, en durven alleen ’s nachts actief te zijn.” Na de spannende verhalen komt de kip, en die is verrukkelijk. Op deze manier kom ik de dagen zonder Snooch wel door. Vrijdag ga ik ook de lange reis naar Malaybalay maken!
















