Voor mijn verjaardag kreeg ik een apart cadeautje (zie foto), van een man wiens gebit en intelligentie er al net zo slecht aan toe waren als zijn handschrift. Voor mij was het een prachtig cadeau, mooi om te zien dat er eindelijk eens een wet wordt gehandhaafd (al is het een stompzinnige) in dit land van ‘verberg je tranen achter je glimlach’, waar het stukbreken van mooie dromen op de harde werkelijkheid wordt verholpen met nog meer mooie dromen en wetten.Ik had het denk ik ook over mezelf afgeroepen. Voor mijn thesis had ik bij het gemeentehuis een kopie van de Gemeentelijke Milieuwet opgehaald. Die stond vol met juweeltjes, zoals bijvoorbeeld artikel F, de ‘pee and piss in public places ban’. Dan had je allemaal verboden op het vervuilen van de lucht met uitlaatgassen en open vuur, het op straat werpen van plastic, verpakkingen, sigarettenpeuken en al het andere afval, kortom, het boekwerkje was een soort beschrijving van wat je allemaal tegenkomt in Claveria. Het mooiste vond ik wel het verbod op het uitdelen van plastic zakjes bij het verkopen van goederen, op straffe van 1000 tot 2500 pesos boete. Eén van de meest uitdagende sporten van Snooch en mij hier is namelijk dingen proberen te kopen zonder er een plastic zakje bij te krijgen. Met uitleggen dat je geen plastic zakje nodig hebt (omdat je die tube tandpasta ook wel gewoon zo kunt vasthouden, die vijftig meter die je naar huis moet lopen) krijg je het Filippijnse winkelpersoneel niet gek. Na een tactisch geplaatst begrijpend knikje wordt je tandpasta in een onbewaakt ogenblik toch snel in een miniscuul plastic zakje gestopt en met een overwinningsgrijns aan je meegegeven.
Maar nu had ik dus een nieuw wapen ontdekt: de Wet. Dus tijdens het kopen van vier zakjes oploskoffie paste ik dit meteen toe: “Wist u, mevrouw, dat u een boete kunt krijgen van 1000 tot 2500 pesos als u mij een plastic zakje geeft?” Met een verveelde en gespeeld onbegrijpende blik kijkt de vrouw me aan. Wacht jij maar, americano, jouw tijd komt nog wel. Ik stop de zakjes koffie in mijn broekzak, stap op mijn motor en rij weg. En ja hoor: de Wet blijkt inderdaad geen verlossing te brengen. Een boete van twee euro is mijn straf. Overtreding: One Way.
Vijf minuten later koop ik een brood bij een bakker een stukje verderop. De eeuwig wachtende motormannen roepen me al toe met mijn nieuwe bijnaam: “One way Joe, where you going?”
