Het is vandaag een week geleden dat we vanuit Manilla op het vliegveld van Cagayan de Oro (CDO) aankwamen. Best een spannend moment. Hoe zou het zijn met onze beminden, Snooch en Pooch? In de aankomsthal van het bloedhete vliegveld wacht ons een kleine schok: Snooch noch Pooch te zien. Effe belle dan maar. En dan ineens dat sms’je: zijn jullie geland? Wij typten zo snel mogelijk met onze te grote handen op het te kleine toetsenborde ‘ja’ in en drukten na enig gezoek op de knop ‘verzenden’. Praktisch onmiddellijk volgde het antwoord. "We staan voor de aankomsthal op jullie te wachten". Wij hebben zo snel mogelijk onze bagage bijeen gegrist en snelden langs een aantal dames en heren in groene uniformen, voorzien van veel te grote automatische geweren voor zulke kleine lieve mensen, en ja hoor, daar stonden ze. Snooch vloog haar moeder in de armen, even later gevolgd door Pooch, en pa Piet legde alles vast op het kaartje van het HP-cameraatje. Ook Manong Nannie, die we kenden uit de digitale overlevering, was aanwezig. Geweldig om ook hem te ontmoeten. Hij reed de 4WD van ICRAF. Eerst gingen we nog even de stad in om Susan en Bony op te halen. Daarna kregen we een schitterende sightseeing in en om CDO aangeboden. ’s Avonds gingen we met z’n allen naar Claveria, maakten we kennis met ons woonhuis voor de komende dagen, en de dag werd culinair besloten in restaurant Mars, een uiterst romantisch plekje boven een garage (dat moet zijn 'tankstation', red.).
Intussen zijn we alweer een week verder. Elke dag op zich was overweldigend. Een greep uit veel meer: wandelen door een dorp waar je als lange witte mensen een ongelooflijke bezienswaardigheid bent, habal habal meerijden op motor met chauffeur, een welkomstparty van jewelste meemaken, evenals een verjaardagsfeest bij Claverianen. Rondkijken op Pooch’s werkplek en op de campus van Moscat, een bezoek aan Sir Jun’s proefstation, inclusief fruitlunch waarvoor de verse cocosnoten door een ‘boy’ van 40 jaar bovenuit een boom werden gehaald, een bezoek aan Gugma House waar Snooch vrijwilligerswerk doet, waarvan mevrouw Minda zegt, met enige oosterse overdrijving, dat ze God elke dag dankt voor ‘Cathy’s pastoral and educational gifts’. Waarna het goed is om tijdens een stevige raft in de Cagayan River al het teveel even af te wassen.