dinsdag 18 mei 2010

Thelma & Leo

GEEN ZIN OM ZO'N LANG STUK TE LEZEN? JE KUNT OOK NAAR BENEDEN SCROLLEN: ALLE VORIGE BERICHTEN ZIJN NU VOORZIEN VAN PLAATJES!

5:50. Halfwakker door het gekraai van de hanen, afgewisseld door het nog veel hardere lawaai van de hennen. De moed der slaperigheid overtuigt me ervan dat ik nog wel weer in slaap zal kunnen vallen. Dan begint een haan een wel heel raar geluid te maken. Het blijkt de buurman c.q. huisbaas te zijn, die roept dat ik de kraan aan heb laten staan in de badkamer. De afgelopen anderhalve dag was er geen water, en in mijn slaap merkte ik het geluid van stromend water niet op. Daardoor ook niet in mijn bed geplast.

7:45. Om acht uur moet ik klaar staan bij het kantoor en aangezien het maar vijf minuten lopen is, moet ik dat makkelijk halen. Maar als je met de motor gaat, is het natuurlijk anders. ’s Ochtends is ’s motors motor koud – koud ja, je leest het goed, terwijl het om deze tijd al 25 graden is – en dus moet ik nogal lang choken voor ik weg kan rijden zonder hem af te laten slaan. Bovendien ben ik nog niet zo ervaren in het starten van het ding (ik snap nooit hoe ik hem in zijn neutraal krijg, ik laat de koppeling te snel opkomen, of ik vergeet het sleuteltje om te draaien). Nadat de motor twee keer is afgeslagen, maar zonder dat de buurman mij hoeft te komen helpen, pruttel ik het terreintje af richting kantoor.

8.25. Met mijn onvolprezen assistent en tolk Thelma ben ik op weg naar mijn derde interview. Mijn eerste serieuze rit met mijn versnellingsmotor verloopt glorieus, tot ik een heuveltje op rijd… Prtteprtteprrrrrt, motor afgeslagen. Ik krijg hem ook niet meer aan de praat, dus ik zet hem aan de kant, controleer de benzine en kom erachter dat hij droog staat. Het kost de bewoners van Luna – zo heet het dorp – natuurlijk maar weinig tijd om hun aandacht op die lange dunne blanke jongen met motorpech te vestigen. “Where you going, Joe?”, roept er één al. Dat roep je nou eenmaal als je een Amerikaan ziet. Nou, op dit moment ga ik even nergens heen, als je het goed vindt. Al binnen een paar minuten komt er iemand met twee colaflessen rode benzine aangelopen (geen Euro 98, waarschijnlijk eerder Filipino 83), zodat ik de vraag kan beantwoorden: “To the barangay office!”.

8.30. Thelma en ik zitten in het kantoortje van barangay Luna te wachten op de captain van de barangay en de kagawad die de landbouwcommissie voorzit. Watte? Een barangay is een soort deelgemeente, waarvan de captain de leider is. De kagawads zijn de leden van de barangay-raad. Deze twee heren ga ik vanochtend interviewen, vooral om te peilen hoe actief Landcare nog is in Luna. Het is de tweede uit de serie van 24 barangays die samen de gemeente Claveria vormen. Wat dus betekent dat ik de komende weken zo’n beetje elke dag achter roze-trainingsjack-Thelma aan gas, op onze 125cc motors over de onverharde wegen die ons naar hier hebben geleid. Het interview van gisteren ging dramatisch, waarbij achteraf ook nog bleek dat de voice recorder na 12 minuten nokkie was gegaan, waarschijnlijk omdat hij het wel een keer zat was met al dat achtergrondlawaai van hanen, motors, cirkelzagen, geschreeuw, enzovoort.

11.00. Terug op het kantoor. Het interview is naar tevredenheid afgehandeld en wacht nu op zijn uitwerking. Maar het typen van mailtjes tijdens werktijd is natuurlijk leuker.

12.00. Lunchtijd. Ik loop naar huis via één van de duizend ‘winkeltjes’ die Claveria rijk is. Ik koop een ei. Thuisgekomen mep ik het ei kapot in een pannetje, draai het een keer om en neem het mee naar de eetkamer. Aan onze tafel – die zelfs voor mij te hoog is, vraag mij niet waarom – eet ik een broodje ei, een broodje banaan, en een verrekte mango. En ik lees. Normaal lees ik niet, dan praat ik tegen Snooch. Maar Snooch is er niet, die is gisteren vertrokken naar de dichtstbijzijnde stad (Cagayan de Oro) om haar praktisch theologische diensten aan te bieden in YWAM Nehemiah House (www.ywamnhi.com) en daar te blijven slapen.

12.45. Het boek blijkt minder spannend gezelschap dan Snooch en een kwartier te vroeg begeef ik me weer naar kantoor. Een erg productieve middag wordt het niet. Op het uitwerken van het interview en het lezen van een artikel over het meten van sociaal kapitaal na, komt er niets uit mijn vingers. Als halverwege de middag het internet ineens blijkt te werken op het kantoor, is het natuurlijk helemaal hopeloos.
18.00. Met alle nieuwe mogelijkheden van gratis (en vrij snel) internet, zit ik nog steeds op het kantoor. Snooch zal wel bijna thuis zijn, want ze kreeg een lift van onze secretaresse en klusjesman (hier geen c.q.). Ze denkt vast dat ik aan het voetballen ben, dat doe ik namelijk meestal. Met de jongens uit het dorp, op het veldje voor het kantoor. Ik heb zelfs voetbalschoenen in mijn maat kunnen kopen, dus ik ben niet meer uit het veld te slaan. Behalve door de verleidingen van het internet dan.

21.15. De smaak van een Indonesische kretek is nooit helemaal weg te poetsen. Die vermengt zich dus met de andere dingen in mijn hoofd: de verhalen van Snooch over haar avonturen in Cagayan en het net gelezen idee van mijn Wageningse begeleider om in mijn onderzoeksvoorstel ook iets op te nemen over ‘spirituality’ of ‘religion’, omdat dat mij “- met [mijn] religieuze achtergond - wel interesseert”. Kan wel zijn, maar wat heeft het met erosie te maken? Iets om vannacht over te dromen. Om half zes beginnen de hanen immers weer te kraaien.

1 opmerking:

Martine zei

Leuk, foto's! En een mooi verhaal weer. Waar snel internet al niet goed voor kan zijn...

Groetjes,
Martine